Door op 29 mei 2013

PvdA stelt vragen over handhavingsgedrag gemeente Opsterland

Door Joukje van Roeden-Hoekstra, fractievoorzitter PvdA Opsterland, zijn op 27 mei 2013 schriftelijke vragen ingediend over het handhavingsgedrag van de gemeente bij het vermeende strijdig gebruik van grondpercelen in Langezwaag en in de gemeente in het bijzonder. Een beeld van ‘het recht van de brutaalste’ in Opsterland is in deze kwestie door de gemeente volgens haar neergezet. Een bekende slogan ‘Alle mensen zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen’ lijkt hier van toepassing. Joukje van Roeden stelde: ‘Bent u, college, met mij van mening dat zeker wanneer het politiek en bestuur in Opsterland betreft deze beeldvorming tot het uiterste moet worden vermeden?

 

Datum: 27 mei 2013
Steller vragen: Joukje van Roeden-Hoekstra, raadslid PvdA
Onderwerp: Schriftelijke vragen
Toelichting: Op 8 mei 2013 heeft de heer R. Suurd van de partij LBO schriftelijke vragen gesteld over illegaal gebruik van 1600 vierkante meter agrarische grond achter het bouwbedrijf van de heer de Jong te Langezwaag. Die vragen zijn op 13 mei 2013 door het college beantwoord. Die beantwoording geeft aanleiding tot het stellen van de volgende vragen:
Vragen:
  1. Uit het antwoord op de tweede vraag kan afgeleid worden dat naar de mening van het college de Wabo voorschrijft na constatering van een gebruik in strijd met de voorschriften, eerst onderzocht moet worden of een dergelijk illegaal gebruik gelegaliseerd kan worden. Kunt u die interpretatie van de wet duidelijk uitleggen?
  1. Is het algemeen beleid om niet te handhaven bij een strijdig gebruik, totdat het college een besluit heeft genomen niet te willen of te kunnen legaliseren?
  1. Indien het antwoord op vraag twee ja is, is er ook sprake van uitzonderingssituaties waarbij het college niet eerst legalisatiemogelijkheden onderzoekt, maar direct overgaat tot handhaving? Zo ja, wat zijn dan de kenmerken van deze situaties?
  1. Op welke manier speelt de status van de (voorgenomen) herziening van het bestemmingsplan in de afwegingen een rol?
  1. Wat zijn de criteria waarop het college de legaliseringsvraag toetst? Hoe ziet het college daarbij de rol van de raad?
  1. Staat een gebruik van een perceel grond dat niet in overeenstemming is met de geldende voorschriften, zoals in dit geval door de heer de Jong, op zichzelf of zijn er in onze gemeente meerdere gevallen (geweest) van een dergelijk gebruik?
  1. Indien er sprake is van meerdere gevallen kunt u een overzicht geven van alle situaties in de gemeente over de afgelopen drie jaren waarbij een illegaal c.q. strijdig gebruik is geconstateerd. En de manier waarop het college in die situaties heeft gehandeld?
  1. Kunt u aangeven in deze concrete situatie, in welk stadium de herziening van het bestemmingsplan zich bevond ten tijde van de geconstateerde overtreding en in welk stadium de herziening van het bestemmingsplan zich nu bevindt.
  1. Wat maakt dat het college in het concrete geval niet heeft overwogen om het strijdige gebruik te beëindigen in afwachting van de herziening van het bestemmingsplan?
  1. Bent u met mij van mening dat deze handelwijze van het college het risico heeft dat het beeld lijkt te ontstaan van ‘het recht van de brutaalste’ in Opsterland? De inwoner van Opsterland lijkt op basis van deze situatie de mogelijkheid te hebben op zijn perceel te doen wat hem goed dunkt, totdat de gemeente zich meldt. En als dat het geval is moet de gemeente eerst kijken of het niet te legaliseren is. Intussen kan het strijdig gebruik rustig worden voortgezet.
  1. Een bekende slogan is ‘Alle mensen zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen’. Bent u met mij van mening dat zeker wanneer het politiek en bestuur in Opsterland betreft deze beeldvorming tot het uiterste moet worden vermeden?
  1. Wat is de handelwijze van het college wanneer situaties worden gesignaleerd waarbij politiek/ bestuurlijke ambtsdragers zijn betrokken en die het risico hebben in de richting van het beeld uit vorige vraag te gaan? Wat is daarbij de rol de raad?